ik denk aan jou elke seconde van de dag

Bezittelijk voornaamwoorden

Posted on: 7 juli 2009

Bezittelijk voornaamwoorden

Bezittelijk voornaamwoorden geven aan van wie een voorwerp is. Als ik zeg ‘Dit is mijn pen’, dan is de pen van mij. Mijn is een bezittelijk voornaamwoord.

Persoonlijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord
ik mijn
je je /[benadrukt] jouw
u [formeel] uw
hij zijn
ze haar
het zijn
we ons/onze
jullie jullie
ze hun

Op de volgende pagina kun je zien hoe het bezittelijk voornaamwoord gebruikt wordt.

Je / jouw

Als we willen benadrukken dat iets van jou is, gebruiken we jouw in plaats van je. Dit is het enige bezittelijk voornaamwoord met een benadrukte en een onbenadrukte vorm.

onbenadrukt Je wekker heeft ons allemaal wakker gemaakt.
benadrukt Jouw wekker (niet mijn wekker) heeft ons allemaal wakker gemaakt.

Zijn

Er is geen apart bezittelijk voornaamwoord voor ‘het’, we gebruiken gewoon zijn. Het maakt niet uit of het zelfstandig naamwoord onzijdig (‘het’), mannelijk of vrouwelijk (allebei ‘de’) is.

Het weer en zijn onvoorspelbaarheid.
De politie maakte zijn cijfers openbaar.

‘De politie’ is eigenlijk een vrouwelijk woord, maar Nederlanders maken geen onderscheid meer tussen mannelijke en vrouwelijke woorden (maar Vlamingen nog wel!). Als je een intelligente indruk wilt maken, kun je voor vrouwelijke woorden ‘haar’ gebruiken, maar dat moet je alleen doen als je echt zeker bent van het geslacht van een woord. In geval van twijfel is hem altijd goed.

Nu je weet dat ‘de politie’ vrouwelijk is, kun je ook ‘haar’ gebruiken:

De politie maakte haar cijfers openbaar.

Ons/onze

Ons wordt verbogen als een bijvoeglijk naamwoord. Een de-woord krijgt onze, een het-woord ons.

de auto onze auto
het huis ons huis
de ouders onze ouders

Vooedeelden

Voorbeelden van het bezittelijk voornaamwoord

Ik heb mijn baan opgezegd.
Dit is je laatste kans.
Dat is jouw keuze (niet mijn keuze).
De boom heeft zijn bladeren verloren.
Het paard en zijn staart.
Hij trekt zijn schoenen uit.
Ze zegt haar buren gedag.
We doen ons werk.
Ze onthield onze namen.
Waar zijn jullie ouders?
We kennen hun ideeën.

Onafhankelijk bezittelijk voornaamwoorden

Bezittelijk voornaamwoorden kunnen ook onafhankelijk gebruikt woorden. Dat betekent dat ze niet voor een zelfstandig naamwoord staan, zoals in "Dit is mijn pen", maar dat ze los in de zin staan: "Het is de mijne".

Bezittelijke voornaamwoorden kunnen alleen onafhankelijk gebruikt worden als de bezitter een persoon is.

Afhankelijk Onafhankelijk
mijn de/het mijne
jouw de/het jouwe
uw de/het uwe
zijn de/het zijne
haar de/het hare
ons/onze de/het onze
jullie
hun de/het hunne

Jullie heeft geen onafhankelijke vorm.

Het onafhankelijke bezittelijk voornaamwoord wordt altijd gecombineerd met een lidwoord. Dit kan de of het zijn, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord waar het naar verwijst.

de jas mijn jas de mijne
het boek mijn boek het mijne

Onze

We zeggen ‘het onze en ‘de onze. Ons gedraagt zich dus ook hier als een bijvoeglijk naamwoord.

Jullie

Er is geen onafhankelijke vorm van jullie. In plaats daarvan gebruiken we het alternatieve bezittelijk voornaamwoord.

 Voordeelden

Onafhankelijke bezittelijk voornaamwoorden worden altijd voorafgegaan door een bepaald lidwoord: de of het. Welk lidwoord gebruikt wordt, hangt af van het zelfstandig naamwoord waarnaar verwezen wordt (zie het-woord of de-woord).

de jas dat is de mijne
het boek dat is het mijne
de oren dat zijn de jouwe*
het idee dat is het jouwe
de fiets dat is de uwe
het gezicht dat is het uwe
de ogen dat zijn de zijne*
het oog dat is het zijne
de kam dat is de hare
het oor dat is het hare
de tent dat is de onze
het plan dat is het onze
de visie dat is de hunne
het doel dat is het hunne

(*) Zoals je ziet, maakt het niet uit of het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud of in het meervoud staat.

Alternatief bezittelijk voornaamwoord

Op de vorige pagina hebben we het onafhankelijke bezittelijk voornaamwoord besproken. Er is nog een andere manier om te zeggen dat iets van iemand is. In plaats van Dit is mijn boek of Dit boek is het mijne, kun je ook nog zeggen Dit boek is van mij.

Persoon Alternatief bezittelijk voornaamwoord
ik van mij
je van jou
u van u
hij van hem
ze van haar
we van ons
jullie van jullie
ze van hen

Voorbeelden

Die jas is van mij.
Het idee was van jou.
Die foto is van hem.
Die hond is van haar.
Dat project is van ons.
Het kantoor is van jullie.
De school is van hen.

Die/dat van mij

Stel dat we allebei een mobiele telefoon hebben. We hebben dezelfde beltoon. Eén van onze telefoons gaat. Welke telefoon is het? Ik kijk in mijn tas en het blijkt mijn telefoon te zijn.

De telefoon is van mij is nu geen passende opmerking. Wat ik wil zeggen is ‘het is MIJN telefoon die ging, niet JOUW telefoon’.

Dus ik kijk naar jou, ik zeg: "Het is die van mij" en neem de telefoon op.

[De jas]
Het is die van mij (niet die van jou).
[Het idee]
Het is dat van jou.
[De foto]
Het is die van hem.
[De hond]
Het is die van haar.
[Het project]
Het is dat van ons.
[Het kantoor]
Het is dat van jullie.
[De school]
Het is die van hen.

Eigennamen en zelfstandig naamwoorden

Een zelfstandig naamwoord of eigennaam voor een bezittelijk voornaamwoord.

Soms voegen we de naam van de bezitter toe voor het bezittelijk voornaamwoord. Dit is heel erg informeel taalgebruik. We doen dit alleen voor de derde persoon enkelvoud en meervoud:

Dat is Loes haar jas.
Ik heb de buurman zijn sleutel hier liggen.
De atleten hun medailles.

Eigennamen als bezittelijk zelfstandig naamwoord

Behalve bezittelijk voornaamwoorden hebben we ook bezittelijke eigennamen. Hiervoor voegen we een ‘s’ toe aan een naam.

Twee belangrijke regels:

  1. Alleen eigenamen kunnen op deze manier bezittelijk gemaakt worden. Andrews fiets is mogelijk, maar mijn buurmans fiets niet.
  2. We gebruiken alleen een apostrof als de naam eindigt op een klinker (met uitzondering van de stomme e) of op de letter s.
[Loes] Dat is Loes’ jas.
[Oma] Oma’s auto.
[Janneke] Jannekes dochter.
[Tom] Toms sleutel
  • Omdat Loes op een ‘s’ eindigt, voegen we geen extra ‘s’ toe. We zetten er gewoon een apostrof achter.
  • Oma eindigt op een lange klinker (a). Om de klinker lang te houden, voegen we een apostrof toe.
  • Janneke eindigt op een stomme e. Een apostrof is niet nodig.
  • Tom eindigt op een medeklinker. Een apostrof is niet nodig.

Spreektaal  

In gesproken Nederlands zijn deze gereduceerde vormen heel gebruikelijk.

Normale vorm Spreektaal
mijn m’n
zijn z’n
haar d’r

M’n (mijn) and z’n (zijn) worden ook vaak gebruikt in geschreven taal. D’r bijna nooit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


  • Mr WordPress: Hi, this is a comment.To delete a comment, just log in, and view the posts' comments, there you will have the option to edit or delete them.
%d bloggers op de volgende wijze: