ik denk aan jou elke seconde van de dag

Hulpwerkwoorden

Posted on: 6 juli 2009

‘Te’ + infinitief : ‘te’ duratief  

Na werkwoorden die we gebruiken voor de ‘te-duratief’ volgt altijd te + infinitief.

De werkwoorden die we hiervoor gebruiken zijn:

hangen de was hangt te drogen
liggen ik lig op bed te slapen
lopen de juf loopt op straat te zingen
staan wij staan op de trein te wachten
zitten Evelien zit aandachtig te lezen

‘Te’ + infinitief: bijvoeglijk naamwoord

Deze vorm van te + infinitief is geen werkwoord maar een bijvoeglijk naamwoord.

Het werkwoord dat voor te + infinitief staat, is dus geen hulpwerkwoord! Het is een hoofdwerkwoord en, om precies te zijn, een koppelwerkwoord.

Voor deze ‘te + infinitief’ gebruiken we meestal de koppelwerkwoorden blijven, vallen of zijn (dit zijn allemaal onregelmatige werkwoorden).

blijven het blijft te proberen
vallen het valt te proberen
zijn het was te proberen geweest

Voor sommigen is het misschien verwarrend dat ‘te + infinitief’ in dit geval geen werkwoord is. Een infinitief is tenslotte een werkwoordsvorm.

Het laatste voorbeeld toont aan dat zijn (in de voltooid verleden tijd: was geweest) geen hulpwerkwoord is. Als het een hulpwerkwoord was geweest voor proberen, dan zou het voltooid deelwoord zijn veranderd in een infinitief.

‘Te’ na durven, hoeven, hebben, komen

Deze vier werkwoorden hebben maar weinig met elkaar gemeen. Een belangrijke overeenkomst is dat ze allemaal worden gevolgd door ‘te’. De reden dat deze vier werkwoorden hun eigen pagina krijgen, is dat ze nergens anders bij horen.

durven hij durft niet in het openbaar te spreken
hebben ik heb vandaag veel te doen
hoeven wij hoeven niet te wachten
komen het komt te vervallen

Durven is een regelmatig werkwoord, hoeven is een sterk werkwoord en hebben en komen zijn onregelmatig.

Een paar opmerkingen:

  • De constructie hebben te betekent altijd moeten. We gebruiken het vaak in combinatie met een hoeveelheid, bijvoorbeeld: "Ik heb veel te doen".
  • We gebruiken het werkwoord hoeven alleen in ontkennende zinnen (met ‘niet’, ‘nooit’, ‘nergens’, etc.).
  • Komen te betekent dat iets binnenkort gaat gebeuren. We gebruiken het niet vaak.

”Te’ + infinitief: dat- werkwoorden

We gebruiken ‘te + infinitief’ ook voor beknopte bijzinnen?.

Een voorbeeld van een beknopte bijzin is "Hij belooft zijn huiswerk te doen".

Het werkwoord ‘beloven’ introduceert de beknopte bijzin "..zijn huiswerk te doen".

In een normale bijzin zouden we zeggen: "Hij belooft dat hij zijn huiswerk doet". Deze bijzin begint met dat en heeft een onderwerp (‘hij’) en een persoonsvorm (‘doet’).

In de beknopte bijzin valt het onderwerp weg. Daarnaast verandert de persoonsvorm ‘doet’ in ‘te doen’. Je kunt hier meer over lezen op de pagina over beknopte bijzinnen?.

dat-werkwoorden

Naast ‘beloven’ zijn er nog een paar werkwoorden die een beknopte bijzin kunnen introduceren. Kijk maar naar onderstaande lijst.

De werkwoorden in deze lijst zijn eigenlijk geen hulpwerkwoorden, maar hoofdwerkwoorden. De constructie ‘te + infinitief’ staat namelijk in een aparte zin (in een beknopte bijzin?).

Omdat de beknopte bijzinnen eigenlijk ingekorte versies zijn van ‘dat-bijzinnen’, zullen we de werkwoorden ‘dat-werkwoorden’ noemen.

beloven* Hij belooft vanaf nu op tijd te komen.
beweren Hanneke beweert het te weten
blijken De groenteboer blijkt veel te weten.
denken Piet denkt het te zullen doen.
hopen Loes hoopt erbij te zijn.
lijken Hidde lijkt het leuk te vinden.
menen Ik meende haar te horen.
schijnen De burgemeester schijnt het goed te keuren.
wensen* Mijn broertje wenste koning te zullen worden.

(*) beloven en wensen staan ook in de lijst met om-werkwoorden.

De werkwoorden kunnen ook voor een gewone ondergeschikte bijzin? staan, als de bijzin wordt geïntroduceerd door dat:

beloven Hij belooft dat hij vanaf nu op komt.
beweren Hanneke beweert dat ze het weet.
blijken* Het blijkt dat de groenteboer veel weet.
denken Piet denkt dat hij het zal doen
hopen Loes hoopt dat ze erbij zal zijn.
lijken* Het lijkt erop dat’ Hidde het leuk vindt.
menen’ ik meende dat ik haar hoorde.
schijnen* Het schijnt dat de burgemeester het goedkeurt.
wensen Mijn broertje wenste dat hij koning zou worden

(*) Als blijken, lijken of schijnen een ‘dat-bijzin’ inluidt, dan is het onderwerp altijd het:

Blijken Het blijkt dat…
Schijnen Het schijnt dat…
Lijken Het lijkt erop dat…

Je kunt niet zeggen: "Ze blijkt dat…".

Te – en om – werkwoorden

De voorzetsels om, door, na, alvorens, in plaats van, en zonder kunnen het begin zijn van een beknopte bijzin. In dat geval heeft die bijzin altijd een "te + infinitive" constructie. Je kunt hier meer over lezen op de pagina over beknopte bijzinnen?.

Om

‘Om’ is een speciaal geval, omdat er een aantal werkwoorden zijn waarbij we ‘om’ kunnen weglaten. In plaats van "Ik probeer om te slapen", kunnen we ook zeggen "Ik probeer te slapen". ‘Proberen’ lijkt nu een ‘infinitief + te’ werkwoord, maar het is eigenlijk een vermomde om-constructie.

De vermomde om-werkwoorden staan in de lijst hieronder. Ze hebben allemaal iets te maken met een wens, een verlangen of een bevel. Let op dat je ‘om’ alleen kunt weglaten als er een van de werkwoorden uit deze lijst voor staat.

aanmoedigen Ze werden aangemoedigd om gezonder te gaan leven.
bedoelen Ik bedoelde om iets heel anders te zeggen.
beloven* Hij belooft om vanaf nu op tijd te komen.
bevelen Ze beval hun om naar haar kantoor te komen.
opdragen Ze dragen je op om langer te blijven.
proberen Ik probeer om zonder wekker wakker te worden.
streven We streven ernaar om alle zwerfkatten een huis te geven.
verlangen Ze verlangden ernaar om terug naar huis te gaan.
verzoeken Mag ik jullie verzoeken om jullie voeten van tafel te halen?
vragen om** Ze vroegen je om mee te komen.
wensen* De premier wenst om niet te komen.

(*) Beloven en wensen zijn ook ‘dat-werkwoorden’.
(**) Behalve ‘vragen om’ kun je ook ‘vragen naar’ en ‘vragen aan’, maar dat betekent iets anders. Zie ook de lijst met werkwoorden en voorzetsels.

‘Te’ na vorzetsels

Laat ik eerst herhalen wat ik op de vorige pagina ook al zei: De woorden door, na, alvorens, om, in plaats van en zonder kunnen het begin zijn van een beknopte bijzin. In dat geval heeft de bijzin een "te + infinitief" constructie. Je kunt hier meer over lezen op de pagina over beknopte bijzinnen?.

Het woord ‘om’ is een speciaal geval en daar ging het op de vorige pagina over. We zullen nu kijken naar alvorens, door, in plaats van, na en zonder.

Alvorens, door, in plaats van en zonder

De constructie is heel gemakkelijk: Na het voorzetsel komt ‘te’ + infinitief.

Alvorens te beginnen, moet men de stekker in het stopcontact steken.
Door elke ochtend een half uurtje te lopen, zag hij er tien jaar jonger uit.
In plaats van te helpen, maakten ze het hem juist moeilijker.
Ze staken de straat over zonder uit te kijken.

Na

Een beknopte bijzin die met na begint, staat altijd in de voltooide tijd. We hebben dan dus een ‘te + infinitief + voltooid deelwoord’-constructie. Zie ook voltooid deelwoord.

De timmerman kwam thuis na daar te hebben gewerkt.
Na een uur te hebben rondgelopen, gingen we..

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: