ik denk aan jou elke seconde van de dag

regelmatige werkwoorden

Posted on: 3 juli 2009

gebruik hypothetisch verleden tijd

ik zou hebben/zijn + voltooid deelwoord
je zou hebben/zijn + voltooid deelwoord
hij zou hebben/zijn + voltooid deelwoord
we zouden hebben/zijn + voltooid deelwoord
jullie zouden hebben/zijn + voltooid deelwoord
ze zouden hebben/zijn + voltooid deelwoord

We gebruiken de v.v.t.t. (‘voltooid verleden toekomende tijd’) voor hypothetische situaties in het verleden.

We gebruiken deze werkwoordstijd (net als de (tegenwoordige) hypothetische tijd) vooral voor voorwaardelijke zinnen: Als aan bepaalde criteria (X) was voldaan, dan zou er sprake zijn geweest van (hypothetische) situatie (Y).

In onderstaande voorbeelden staan de werkwoorden van de hypothetische verleden tijd in het blauw weergegeven.

Als je goed had opgelet, zou je hebben gemerkt dat…
Het zou nog veel erger zijn geweest als de motor het ook had begeven.

Hypothetisch verleden tijd en voltooid verleden tijd

In het Nederlands kunnen we in plaats van de hypothetische verleden tijd ook de gewone voltooid verleden tijd gebruiken. We zijn zeer flexibel in het gebruik van deze twee tijden. Het maakt niet uit of je de hypothetische tijd in de ‘als-zin’ of in de ‘dan-zin’ plaatst. Je kunt de hypothetische verleden tijd ook in beide zinnen (als én dan) plaatsen of juist in geen van beide (zoals in de vierde zin hieronder).

De werkwoorden van de hypothetische verleden tijd staan in het blauw weergegeven.

Vier manieren om hetzelfde te zeggen en ze zijn allemaal correct:

Als ik iets later was vertrokken, zou ik in de file hebben gestaan.
Als ik iets later zou zijn vertrokken, zou ik in de file hebben gestaan.
Als ik iets later zou zijn vertrokken, had ik in de file gestaan.
Als ik iets later was vertrokken, had ik in de file gestaan.

In de laatste zin zie je dat we kunnen praten over een hypothetische situatie in het verleden door de voltooid verleden tijd (niet de hypothetische verleden tijd) te gebruiken. Dit is in het Nederlands zeer gebruikelijk.

De voltooid verleden tijd voor hypothetische situaties in het verleden.

In het Nederlands gebruiken we vaak de voltooid verleden tijd om te praten over een hypothetische situatie in het verleden.

Ik had dat zeker niet gedaan.
Als je op tijd was geweest, dan had je het al afgehad.

We kunnen de ‘als-zin’ ook anders schrijven. Dit doen in twee stappen:

  1. we laten ‘als’ weg;
  2. inversie: we keren het onderwerp (subject) en de persoonsvorm (het vervoegde werkwoord) om.
Was je op tijd geweest, dan had je het al afgehad.

samenvatting regelmatige werkwoorden

De stam afleiden van een infinitief

  1. Stap 1: verdeel de infinitief in lettergrepen
  2. Stap 2: bepaal of het werkwoord een kort of een lange klinker heeft. Onthoud dat een open ‘e’ niet altijd een lange klinker is. Het is alleen een lange klinker als de klemtoon erop ligt.
  3. Stap 3: haal -en van de infinitief af om de ruwe stam te vormen.
  4. Stap 4: Als de infinitief een lange klinker heeft, geef de stam dan ook een lange klinker. Voeg dus een klinker toe, als dit nodig is.
  5. Stap 5: Als de ruwe stam op twee identiek medeklinkers eindigt, dan laat je er een weg.
  6. Stap 6: Als de ruwe stam op een ‘v’ of een ‘z’ eindigt, dan vervang je deze door ‘f’ of ‘s’.

Alle werkwoordstijden

Tegenwoordige tijd Verleden tijd
[onvoltooid tegenwoordige tijd – o.t.t.] [onvoltooid verleden tijd – o.v.t.]
ik [stam] ik [stam ] + de/te
je [stam ] + t je [stam ] + de/te
hij [stam ] + t hij [stam ] + de/te
we infinitief we [stam ] + den/ten
jullie infinitief jullie [stam ] + den/ten
ze infinitief ze [stam ] + den/ten
Voltooid tegenwoordige tijd Voltooid verleden tijd
[voltooid tegenwoordige tijd – v.t.t.] [voltooid verleden tijd – v.v.t.]
ik heb ge + [stam ] + d/t ik had ge + [stam ] + d/t
je hebt ge + [stam ] + d/t je had ge + [stam ] + d/t
hij heeft ge + [stam ] + d/t hij had ge + [stam ] + d/t
we hebben ge + [stam ] + d/t we hadden ge + [stam ] + d/t
jullie hebben ge + [stam ] + d/t jullie hadden ge + [stam ] + d/t
ze hebben ge + [stam ] + d/t ze hadden ge + [stam ] + d/t
Toekomst Hypothetische tijd
[onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd – o.t.t.t.] [onvoltooid verleden toekomende tijd – o.v.t.t.]
ik zal + infinitief ik zou + infinitief
je zult + infinitief je zou + infinitief
hij zal + infinitief hij zou + infinitief
we zullen + infinitief we zouden + infinitief
jullie zullen + infinitief jullie zouden + infinitief
ze zullen + infinitief ze zouden + infinitief
Voltooide toekomst Hypothetische verleden tijd
[voltooid tegenwoordige toekomende tijd – v.t.t.t.] [voltooid verleden toekomende tijd – v.v.t.t.]
ik zal hebben + voltooid deelwoord ik zou hebben + voltooid deelwoord
je zult hebben + voltooid deelwoord jij zou hebben + voltooid deelwoord
hij zal hebben + voltooid deelwoord hij zou hebben + voltooid deelwoord
we zullen hebben + voltooid deelwoord we zouden hebben + voltooid deelwoord
jullie zullen hebben + voltooid deelwoord jullie zouden hebben + voltooid deelwoord
ze zullen hebben + voltooid deelwoord ze zouden hebben + voltooid deelwoord

andere vervoegingen

Naast de vervoegingen in de acht werkwoordstijden (zie vorige hoofdstuk), zijn er nog een paar ‘andere’ vervoegingen.

Dit zijn:

zijn:

Vervoeging Voorbeeld
1 ‘aan het’ duratief hij is aan ziggen
2 ‘te’ duratief hij siaat <loopt/ligt/zit> te zingen
3 lijdende vorm hij wordt gezin
4 gebiedende wijs werk
5 werkwoord/bijvoeglijk naamwoord een werkende man
6 werkwoord/ zelfstandig naamwoord het opgaan van de zon

de ”aan het’ duratief

Voor de duratieve vorm gebruiken we het hulpwerkwoord zijn.

We maken de duratieve vorm:

  • door een vervoeging van zijn;
  • met daarna de woorden aan het;
  • en daarna de infinitief van het werkwoord dat de actie aanduidt:

zijn + aan het + infinitief

Het woord aan is een voorzetsel en het woord het is een bepaald lidwoord 1.

Als je de ‘aan het’ duratief vervoegt, moet je alleen het werkwoord zijn vervoegen. We vormen de duratief door een vervoeging van zijn + aan het + infinitief van het werkwoord dat de actie aanduidt.

Tegenwoordige tijd

ik ben aan het + infinitief
je bent aan het + infinitief
hij/zij/het is aan het + infinitief
we zijn aan het + infinitief
jullie zijn aan het + infinitief
ze zijn aan het + infinitief

verleden tijd

ik was aan het + infinitief
je was aan het + infinitief
hij/zij/het was aan het + infinitief
we waren aan het + infinitief
jullie waren aan het + infinitief
ze waren aan het + infinitief

Misschien heb je gezien dat de voltooide tijd van de ‘aan het’ duratief zich niet houdt aan de vervoeging van zijn. Daarnaast zien we in de voltooide tijd de woorden ‘aan het’ niet meer terug.

We bespreken dit later. Laten we eerst kijken naar een paar voorbeelden van de (onvoltooid) tegenwoordige en verleden tijd:

Ik ben de afwas aan het doen.
Mijn broer was zich aan het scheren.
De honden zijn aan het blaffen.
De kinderen waren aan het spelen.

[1] Een lidwoord staat altijd voor een zelfstandig naamwoord. Dit betekent dat het werkwoord dat de actie aanduidt, eigenlijk een zelfstandig naamwoord is.

de ‘aan het’ duratief <voltooide tijd>

Voor de duratieve vorm gebruiken we maar heel zelden de voltooide tijd. Als de (duratieve) actie in het verleden ligt, gebruiken we meestal de gewone voltooid tegenwoordige of voltooid verleden tijd.

Het is dus niet zo nodig om te weten hoe je de voltooide tijd van de duratief vervoegt. Als je nog maar pas bent begonnen met het leren van de Nederlandse grammatica, dan kun je de paragraaf hieronder gerust overslaan.

De voltooide tijd van de duratieve vorm

In de voltooide tijd schrappen we aan het en gebruiken we een ander woord voor zijn: wezen.

Laten we eerst eens kijken naar de formule:

zijn + wezen + infinitief

We zeggen dus ik ben wezen werken, niet: ik ben geweest werken.

Als je goed oplet, dan kun je twee eigenaardigheden zien.

Ten eerste gebruiken we blijkbaar een infinitief in plaats van een voltooid deelwoord. Ten tweede gebruiken we een compleet nieuw werkwoord: wezen.

Als je niet geïnteresseerd ben in het waarom maar alleen in het hoe, lees dan de voorbeelden hieronder en kijk of je bovenstaande formule herkent. Wees getroost: deze formule gebruiken we echt heel weinig.

Voor de nieuwsgierigen onder jullie volgt er een uitleg na de voorbeelden.

Ik ben de muren wezen schilderen.
De bewoners zijn wezen klagen op het gemeentehuis.
Mijn zus en ik zijn wezen winkelen.
De boeren waren koeien wezen melken.

De voltooide tijd van de duratieve vorm begrijpen

Het voltooid deelwoord van zijn is geweest.

Voltooid tegenwoordige tijd = ik ben[1] geweest
Voltooid verleden tijd = ik was geweest

Waarom gebruiken we een infinitief in plaats van een voltooid deelwoord?

In het hoofdstuk over hulpwerkwoorden en het voltooid deelwoord zul je lezen dat een voltooid deelwoord altijd in een infinitief verandert, als het voltooid deelwoord zelf als hulpwerkwoord dient voor een ander werkwoord. In het voorbeeld hierboven dient het werkwoord wezen als hulpwerkwoord voor werken.

Waarom gebruiken we ‘wezen’ in plaats van ‘zijn’?

Eigenlijk zouden we verwachten dat geweest in zijn verandert (van voltooid deelwoord naar infinitief). In plaats hiervan kiezen we blijkbaar voor een heel andere infinitief: wezen. Eigenlijk betekent wezen precies hetzelfde als zijn. Het is een ouderwetse vorm ervan. We herkennen het nog in sommige vervoegingen van zijn zoals in het voltooid deelwoord geweest of de gebiedende wijs wees!.

[1] Merk op dat zijn een van die werkwoorden is die zijn (niet hebben) gebruikt als hulpwerkwoord in de voltooide tijd.

de ‘te’ duratief  

Naast de ‘aan het’ duratief hebben we nog een duratief: de ‘te’ duratief.

Met ‘te’ duratief geef je de fysieke toestand van het onderwerp aan. We gebruiken hiervoor de werkwoorden liggen, zitten, staan en lopen. We gebruiken soms ook hangen, maar dit doen we niet zo vaak.

We vormen de ‘te’ duratief door:

hangen, liggen, lopen, staan, zitten
+ te + infinitief

Voorbeelden:

Hij ligt te slapen
Ik zit te lezen
Hij staat te koken
Ik loop te zingen
Ze hangen maar te nietsen

De voltooide tijd

De voltooide tijd van de ‘te’ duratief lijkt op die van de ‘aan het’ duratief: we schrappen het voorzetsel (te).

Hij heeft liggen slapen
Ik heb zitten lezen
Hij heeft staan koken
Ik heb lopen zingen
De was heeft hangen drogen

Let op! In de voltooide gebruiken we geen voltooid deelwoord (zie hulpwerkwoorden en het voltooid deelwoord). In plaats hiervan schrijven we na hebben de infinitief van liggen, staan, lopen, zitten of hangen.

de lijdende vorm

De lijdende vorm is het tegenovergestelde van de actieve vorm. In een actieve zin is het onderwerp datgene dat iets doet in een zin.

In een lijdende zin ondergaat het onderwerp een handeling door de ‘agent’ (de ‘doener’). Na de lijdende vorm kunnen we daarom altijd ‘door + agent’ schrijven.

Mijn haar wordt geknipt door de kapper
De fiets wordt gerepareerd door mijn zus

‘Mijn haar’ is het onderwerp, maar niet de ‘agent’. ‘De fiets’ is ook een onderwerp maar geen agent. ‘De kapper’ en ‘mijn zus’ zijn allebei agent, maar geen onderwerp.

Geen werkwoordstijd

De lijdende vorm is geen werkwoordstijd. Een werkwoordstijd zegt iets over het moment dat een gebeurtenis plaatsvindt. Voor de lijdende vorm kunnen we elke werkwoordstijd gebruiken. Zo hebben we de lijdende vorm in de tegenwoordige tijd, de lijdende vorm in de verleden tijd, de lijdende vorm in de voltooid tegenwoordige tijd, de lijdende vorm in de voltooid verleden tijd, et cetera.

De lijdende vorm samenstellen

Voor de lijdende vorm gebruiken kunnen we kiezen uit twee hulpwerkwoorden:

lijdende vorm: ‘zijn’ en ‘worden’

Zijn en worden zijn onregelmatige werkwoorden. Soms gebruiken we het (regelmatige) werkwoord raken in plaats van worden.

Voor de lijdende vorm gebruiken we een voltooid deelwoord.

tijd ………….. hulpwerkwoord
Onvoltooid tegenwoordige tijd Mijn haar wordt gewassen worden
Onvoltooid verleden tijd Mijn haar werd gewassen worden
Voltooid tegenwoordige tijd Mijn haar is gewassen zijn
Voltooid verleden tijd Mijn haar was gewassen zijn

Worden en zijn

Onvoltooid
We gebruiken worden als de gebeurtenis op een bepaald moment nog steeds bezig is (of was).

Voltooid
Als de gebeurtenis al is afgerond, gebruiken we zijn.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: